16 january - 18 april 2010
Stedelijk Museum Hof van Busleyden | Mechelen





Het werk van Allart Lakke (° 1961, Zeist, Nl) zou men kunnen zien als een poging om de grammatica van de verbeelding te verbeelden. Lakke manifesteert in al zijn werk een aandrang om te zoeken tussen de regels ofwel, als het om beelden gaat, naar 'de beelden tussen de beelden'. Het zoeken naar en zichtbaar maken van een syntaxis, een onzichtbaar skelet waaromheen het vlees van de bestaande beelden zich voegt, is wat richting geeft aan al het werk van Allart Lakke. De consequentie daarvan is, dat zijn werk ook vaak daadwerkelijk oogt als een skelet: elementair, sober, maar altijd helder - en daardoor esthetisch.
Vanaf 1986 ontwikkelt Lakke, naast zijn plastische werk, een tekensysteem bestaande uit een grote reeks zorgvuldig bijeengebrachte pictogrammen. Ze zijn afkomstig uit heden en verleden, uit verre landen en van dichtbij. Het pictografisch systeem unificeert de meest uiteengelegen beeldtalen: van indiaanse rotstekeningen tot de logo's van moderne multinationals. De pictogrammen zijn zodanig gestileerd, dat ze, als waren het lettertekens, binnen één tekening kunnen worden genoteerd. Het systeem maakt het mogelijk om voorstellingen uit zeer uiteenlopende culturen met elkaar te vergelijken en te analyseren - en aldus dichter bij de 'beelden tussen de beelden' te komen.
Sinds 1997 ontwikkelt Lakke een serie kaarten, op het overzicht Archipelago genaamd. Inhoudelijk lijken de kaarten een vreemd vervolg op de traditie van de Mappa Mundi, zoals die gangbaar was in de Middeleeuwen. Dergelijke kaarten vormden een wereldbeeld en vermengden eveneens realiteit en mythe, destijds de christelijke. Het centrum van zulke Mappa Mundi is dan ook Jeruzalem, de belangrijkste plaats in het Christendom.
Het verschil met de Mappa Mundi is dat Lakke zowel de realiteit als de mythe creëert of manipuleert en een beperkte probleemstelling hanteert, die van een kleptocratie onder een Censor. Overigens als onderwerp inhoudelijk beperkt, maar omvangrijk in uitwerking.
Vormelijk werkt Lakke in het kielzog van de renaissancist Ortelius, de vader van de atlas.
De oorsprong van de hier afgebeelde set Archipelago kaarten is obscuur. Vanaf 1986 werkte Lakke namelijk aan het bijeen brengen van de grote hoeveelheid tekens, waaruit de afbeeldingen voornamelijk zijn opgebouwd. Destijds ontstond vaag de notie van een laag of fluidum, waarbinnen deze tekens onderling inhoud vormden. Die laag werd vervolgens grotendeels ontgonnen.
De toepassing van de kennis, die zich hieruit ontwikkelde, gegoten in de vorm van cartografie, begon effectief in 1996. De noodzaak van een ‘eigen’ landschap, een beperkt wereldbeeld, een Mappa Mundi, ontsproot toen uit de operaties van het Officium Censorum, hieronder verder toegelicht.
Om te voorkomen dat hij zou verdwalen zette hij zijn oorspronkelijke tekens als bakens in het landschap om van daaruit de betekenis te ontsluiten. De tekens in verband vertonen immers een innerlijke grammatika, die een mythisch landschap bloot legt. Die ontsluiting is omslachtig en tijdrovend, maar is als methode bruikbaar. Door inhoudelijk de onderlinge verbanden en groepen tekens, voorzichtig te mengen met fotografie van de boven beschreven operaties, kregen de kaarten hun uiteindelijke vorm.
De serie kaarten, op het overzicht Archipelago, a Kleptocracy, genaamd, is voor het eerst serieus overzichtelijk geopenbaard in 1997. De beide rentmeesters van het Officium Censorum, het bureau van de Censor, hebben die openbaring in functie bijgewoond. Zij zijn degenen die destijds de puntmutsenplaag benoemden en de kleptocratie onder een Censor op Archipelago deden ontstaan.
Het in potlood op kalkpapier afgebeelde en beletterde landschap fungeerde als de achtergrond, of herkomstplaats van de vervreemdende operaties van het Officium Censorum. Met name Plesio nam een centrale plaats in.
De serie kaarten is opnieuw herwerkt, ingekleurd en aanzienlijk inhoudelijk gegroeid en uitgebreid in 2006-2007. Na alle tekens vanaf het jaar 2000 tot 2006 gevectoriseerd te hebben, konden de kaarten naar het voorbeeld van grote, handgemaakte unica één op één worden samengesteld in hun uiteindelijk vorm, de printversie in oplage van 2008.
Het culminatiepunt en oorspronkelijke doel van het Officium Censorum was de operatie ‘Wonderen om niet’ in 1997. Vanaf 1993 tot 2000 werkte Lakke intensief samen met Onno Schilstra, in o.a. het Officium Censorum, met dus censuur als ons onderwerp. Hun rollen bestonden uit verschillende alter-ego’s, die handelingen verrichtten in zorgvuldig door hen omschreven en vormgegeven scenografie. Hierdoor plaatste zich de fantasie, in de vorm van de operatie, in de werkelijkheid, zonder in achtneming van die realiteit. Feitelijk is de afbeelding, de tekening van Archipelago, a Kleptocracy, opgetuigd met de fotografie van die operaties, zoals die door het Officium Censorum werden uitgevoerd in de periode 1993-1997. Het realisme van de fotografie wil het geheel van de cartografie een verhoogd werkelijkheidsgehalte geven.
Deze operaties speelden zich dus zogezegd af op Archipelago, respectievelijk de eilanden Plesio, TyranX, de Apatoï en de Vulcans. Allerlei figuren ontwikkelden zich zoals de Censor, puntmutsen, kompelarij, Dramm en Wodan, civielen, Kokopilau en talloze anderen bevolken de Archipelago.
Waarschijnlijk hebben velen van u deze eilanden nooit bezocht en dus zijn in eerste instantie de kaarten onbegrijpelijk, maar ter verontschuldiging geeft Lakke aan dat kaarten per definitie moeten worden gelezen en dat vraagt tijd.
Tegelijkertijd met de kaarten groeide op een zijtak het verhaal, ‘In de ban van de Censor’, waarin een persoon doorheen Archipelago reist, ten tijde van de Kleptocracy en de overheersende activiteit van het Officium Censorum. De eerste onbeholpen versie van dat soort reisverslag dateert uit de kunstenaar zijn jeugd, de laatste versie is van 2009. ‘In de ban van de censor’ is het destillaat van de inspanningen, waarbij het vehikel, de cartografie is.