16 january - 18 april 2010
Stedelijk Museum Hof van Busleyden | Mechelen






Als er één kunstenaar is die geenszins het museum schuwt, dan is dat Johan Creten. Bij de vraag naar de rol van musea in zijn leven praat hij over het museum als veilige plaats, als schuilplaats en het er zich veilig voelen als kind. Als jonge kunststudent in Parijs werkte hij als opziener in het Centre Pompidou, en dit is waar zijn dialoog met het museum en haar tentoonstellingen ontstaan is.
De creaties van Johan Creten inspireren zich op de eigenlijke oorsprong van het bestaan. Het coëxisteren van planten, dieren en mensen is een onmiskenbaar aanwezig element in zijn sculpturen. Doorheen verschillende toepassingen en benaderingen slaagt Creten erin om dit tot uitdrukking te brengen. Het is ook dit samenbestaan dat een centraal element in zijn tentoonstellingen is geweest. Zijn verloochening van het museum als White Cube leidde hem naar het maken van interventies in historisch geladen ruimten, waar zijn kunst in een directe dialoog met de geschiedenis van de ruimte staat.
Een museum is voor Creten ook een ontmoetingsruimte. Een ruimte waar je mensen ontmoet, maar bovenal, een ruimte waar kunst kunst ontmoet, waar het heden het verleden ontmoet, waar vorm vorm ontmoet en een dialoog aangaat doorheen verschillende media, technieken en eeuwen. In die zin zijn de vier werken van Johan Creten in Who’s Afraid of the Museum, volledig in overeenstemming met die ontmoeting. Zij treden de ruimte binnen en gaan een intensieve dialoog aan met de hen omringende werken. Ze ondervragen, ze bevragen, en ze geven antwoorden.
Strange Fruit (1999) is een van Creten’s meest bekende werken. De titel van het werk verwijst naar „Strange Fruit“, een song van Billie Holiday over de lynchpartijen in de Verenigde Staten in de jaren 30, waarbij de slachtoffers in bomen werden gehangen en er rottend werden achtergelaten. Van de menselijke figuur in Strange Fruit zijn enkel de benen nog zichtbaar. De torso en het hoofd zijn bedekt met gouden fruit, een zinspeling op de anonimiteit van de plantagearbeiders die kostbare goederen voortbrengen ten koste van hun eigen leven. Creten creëerde het werk tijdens zijn verblijf in Mexico in 1988. Doorheen een voortdurend hernemen produceerde hij verschillende versies van het werk.
WASPS (2002) is een zeer complex werk dat een bijenkorf toont die aangevallen wordt door wespen. Het kroonstuk is een vergulde sprinkhaan (die misschien wel symbool staat voor de kunstenaar) die verplicht wordt om de schade van de wespenaanval te aanschouwen. Het werk inspireert zich op de term ‘WASP’ als acroniem voor White Anglo-Saxon Protestants en bekritiseert de rol van de WASPs die, als vertegenwoordigers van de wereld van de speculatie en het profijt, de hardwerkenden uitbuiten door van hun koopwaar een vehikel voor het kapitalisme maken, zonder de winst terug aan hen uit te keren. In Busleyden staat WASPS recht tegenover het portret van Edouard Michiels, directeur van Sedia, een gewezen meubelfabriek in Mechelen. Het is haast alsof hij Michiels heeft gevraagd om na te denken over zijn omgang met de arbeiders.
Miami Wave (2003), was in oorsprong geïnspireerd op de vloedgolven in Miami. Creten’s fascinatie met de oerkracht van de natuur vormt het hoofdelement van zowel de sculptuur als haar presentatie in Busleyden. Creten draait een van de bustes van Lucas Faydherbe om en toont op die manier hoe het beeld is opgebouwd. Net als bij een kreupelwoud wordt de huid van de buste gestut door zuilen in klei, en het is hier dat de klei haar oorsprong toont: de aarde. Het is de aarde waar we van leven, tot kunst gekneed, maar haar natuurlijke energie behoudend; op die manier wordt Miami Wave een sculpturale voorstelling van perfecte schoonheid, van een voortdurende beweging en vernieuwing die zulke zuivere vormen aanneemt, die enkel de natuur zelf kan creëren. Miami Wave en de bustes van Faydherbe bezinnen zich vredig over hun oorsprong en ons eigen ontstaan.
In Paysage Niçois (1993), plaatst Creten de te grote kleurrijke ceramiek van een apenhoofd op een stoel die oorspronkelijk op de promenade langs de zeedijk in Nice stond. Creten’s gebruik van het voetstuk als een element van de sculptuur zelf is van cruciaal belang in dit werk: de stoel als sokkel voor de mens.
De kunst van Creten dringt letterlijk het Hof van Busleyden binnen. Er ontstaat een onmiddellijke interactie, het gaat met al de omringende objecten een intense en krachtige, kritische en toch vredige dialoog aan. Bij het zien van deze gevoelige interventie kunnen we Creten’s relatie tot het museum plaatsen. En het wordt duidelijk dat Johan Creten niet alleen niet bang is van het museum, maar dat het ook de plaats is waar hij zich het meeste thuis voelt.
Michael Schär
Solo exhibitions - group exhibitions