16 january - 18 april 2010
Stedelijk Museum Hof van Busleyden | Mechelen







Subversiviteit op kousenvoeten
Toen de Belgische cargo van de schilderkunst uitvoer op internationale wateren was Luc Dondeyne druk bezig een eigen koers uit te zetten in zijn eigen sloep. Oplaverend tegen de mainstream. Nadat hij grafiek studeerde, sloot hij rond 1985 een pact met de schilderkunst. Verf en penseel waren in die tijd weinig 'artistiek correct', laat staan zijn versie van het impressionisme of de bredere borstelstreken van het Brabantse fauvisme. Vervolgens exploreerde hij de abstractie om dan opnieuw de mogelijkheden van de figuratie af te tasten. En zie: amper zes jaar geleden kwam hij op de proppen met broeierige schilderijen die de vervreemding aanzwengelen door een eigenaardige pose, abrupte afsnijdingen of subtiele ontregelingen. Op kousenvoeten komt een zekere subversiviteit binnensluipen. Onder de oppervlakte ritselen donkere onderstromen. Al is het ogenschijnlijk licht en fris geschilderd met een quasi impressionistische toets.
Gedurig zijn er verschuivingen, in de evolutie en binnen het schilderij dat dikwijls een transpositie is van zelfgemaakte foto's: snapshots waarvoor hij de straat optrekt of fotosessies met modellen waardoor het beeld meer geënsceneerd is, zonder de spontaniteit te verliezen. Ze lijken betrapt op een onbewaakt moment, het juiste moment. Elk schilderij veroorzaakt verschuivingen van betekenissen, ervaringen, emoties, psychische toonaarden. Elke solotentoonstelling is een ensemble dat onderlinge verschuivingen teweegbrengt. Nu kan je de schilderijen uit verschillende periodes zien als een nieuw geheel. Het oudste werk, 'Golden Harness II', is een masker dat bijtgrage psychiatrische patiënten over het hoofd kregen. Het voert een kleine huiskamerrevolte aan. De mens breekt uit de banaliteit, hij waagt een sprong, hij worstelt zich uit de dagdagelijkse zwaarte die nog nazindert. Er waart een intense erotiek rond, scherend langs kamertjeszonde. De Britse traditie van confronterende portretten, van Stanley Spencer over Lucian Freud tot Jenny Saville, steekt de kop op. Maar het rauwe realisme is getemperd door de erfenis van Rik Wouters, en zelfs de schone jongelingen van Jack Pierson loeren om de hoek.
Deze schilderkunst is misleidend optimistisch. En misleidend onschuldig. Ze schippert tussen laagspanning en hoogspanning, tussen figuratie en een abstracte dans van penseeltoetsen, tussen euforie en melancholie. De broeierigheid wordt ook veroorzaakt door de lichtinval en het kleurgebruik. Frisse tinten laten iets groezeligs doorschemeren, alsof de droesem van de maatschappij wordt bovengeroerd. De jongste solotentoonstelling boog zich over het triviale en hoe dat kan omslaan in iets anders. Simpele onderwerpen stoten rechtstreeks door tot het menselijke tekort. Luc Dondeyne spreekt van 'het uitkleden van het onderwerp'. Hij kleedt het al schilderend uit, of zet het op zijn minst in zijn onderlijfje. Zo werpt hij nog steeds een lichtjes geamuseerde blik op de absurditeit van het bestaan en de eeuwige zoektocht van de mens.
Christine Vuegen