16 january - 18 april 2010
Stedelijk Museum Hof van Busleyden | Mechelen
Gallery







Het is verbazend dat een groep jonge Belarussische kunstenaars vandaag de methode van het centraal perspectief fotografisch aanwendt om een panopticum (in feite een groepstentoonstelling) van de Westerse beeldende traditie te creëren. Geen chronologische reis doorheen de geschiedenis, maar eerder een persoonlijke appreciatie vult de ruimte met werken uit voorbije tentoonstellingen.
Links aan de tafel zit de inspecteur voor een computer: onbeholpen, zoals zijn evenbeeld in de komedie van Gogol, neemt hij kennis van wat hem bewust aangereikt wordt. Het zou een model van het ‘Vliegende Oject’ van Malevich kunnen zijn dat hij opneemt en in beeldgegevens omzet, beelden van waaruit de hele omgeving van ‘Revision’ stelselmatig worden opgebouwd.
Wat noteert de opgedirkte accountant in het jongemeisjeskostuum naast hem? Ze houdt de boeken bij in het magazijn van het ‘Denkbeeldige Museum’. Daar vallen de beelden als tegen elkaar botsende rijen domino’s, en geven in een kettingreactie hun dynamiek aan het komende, volgende beeld door. Uit die hele actie komt springt een Magritte naar voren. Analyse en kritisch beschouwen worden met één woord verbonden: Revision. Hoewel het perspectivistische concept etymologisch is afgeleid van perscipere (duidelijk zien), hebben de kunstenaars vooral zelf steeds weer de nadruk gelegd op het waarnemen doorheen het venster dat het zicht vanuit de waarnemingspiramide opent.
‘Revision Part I’ en ‘Part II’ brengen het succesmodel uit de Renaissance (waarvan de zeggingskracht nog lang niet is vergaan) tot wedergeboorte in een ander medium.
Dwars op de gebeurtenissen in de fotografische diepte van ‘Part I’ speelt zich links op de voorgrond aan de voeten van de acteur-boekhouder een gebeurtenis met een immense draagwijdte af. Een te kleine kader, leeg, de rugzijde zichtbaar, leunt met zijn zwartgeschilderde voorste lijst tegen Piero della Francesca’s portret van een nobele heer; adelaarsneus, valkenblik, met rood gewaad en rode hoed voor een weids rivierlandschap. Veel groter daarachter het late zelfportret van Malevich in de stijl van de oude meesters, dat de geest van de Renaissance ademt.
De kader en de twee afbeeldingen vormen een eigenzinnig ensemble, dat zonder veel omhaal het perspectief omdraait en de dimensionale verhoudingen van het voor-, midden- en achterplan omkeert. Een eenvoudige kartonnen koker verbindt de kamers op meesterlijke wijze, zoals enkel bomen en torens dat in geschilderde beelden dat kunnen.
Inhoudelijk loopt de actie in het schilderij van links naar rechts, gelaagd in brede stroken in de diepte van het beeld. De ‘Brillo Boxes’ van Andy Warhol verschijnen in het midden van het centrale beeld. In de verte, achter de linkse benedenhoek van de tweede doos kunnen we de focus imaginarius van de totaalcompositie vermoeden.
Op de voorgrond, vanuit het midden iets naar rechts verschoven, ligt een gebroken ‘Rabbit’, een sculptuur van Jeff Koons uit de ‘Statuary’ serie. De kunstenaar liet in 1986 een opblaasbaar stuk speelgoed in roestvrij staal gieten, om een spookachtige mummie van de speelgoedindustrie, type Woolworth, na te laten.
Door de kunstwereld tot icoon verheven, heeft hij die het heeft laten vallen en zich nu fijntjes in de brokstukken spiegelt, haar onvermijdelijke vergankelijkheid aangetoond.
Details zoals de reflecties duiden op echtheid, zoals hologrammen op bankbriefjes. Individueel gefotografeerd en in het beeld gebracht, worden ze een filigraan inlegwerk van de schone schijn. De beeldgegevens-file krijgt een gigantische omvang. ‘Large Glass’ van Duchamp, zijn afscheid van het schilderen, mag niet ontbreken. Als een schraag tussen de benen van bedrijvige kunsttransporteurs, valt het aan de rechterzijde nauwelijks op.
Wie tussen de achterste zuilen naar de open ruimte kijkt, stoot op een duistere hemel.
Die ziet men terug in ‘Revision Part II’, op een breed front aan de horizon. Nu kijkt de toeschouwer van ver buiten naar binnen in het interieur van het museum. De donkere wolkenhemel lijkt te zijn ontleend aan een van de landschappen van Nicolas Poussin, zo een met tempelruïnes en eenzame filosofen op de voorgrond. Het tempelgebouw op de foto vertoont weliswaar een zweem van Neoclassicisme, een pompeuze reliek uit het Sovjettijdperk. In feite zouden die beelden van Part I en Part II niet naast of tegenover elkaar mogen hangen, maar corresponderend rug aan rug. Dit zou de verbeelding een écht zicht bieden. Iemand met voldoende voorstellingsvermogen zou aan deze zijde van het beeld zijn gezichtspunt aan de andere zijde kunnen vasthouden, en zou door het snelle heen-en-weer wisselen van standpunten spoedig zélf in het beeld komen. Een wonderlijke gedachte (idee).
Heinrich Heil