Willem Weismann

Tom Morton over Willem Weismann
Vertaald uit het engels door Leo Reijnen

Een geel meetlint kronkelt vreemd langs de onderkant van Willem Weismanns schilderij Chromatic Chronology (2008), helemaal verfrommeld en dubbelgeslagen. Wanneer je het strak en vlak op een oppervlak legt, is het een hulpmiddel om ruimtelijke verhoudingen te berekenen, de afstand tussen twee punten, maar in deze flubberige, slappe toestand geeft het slechts een ruwe schatting – niet bepaald een basis voor een gegronde beslissing. Erboven, als schoolkinderen die in de rij staan om gekozen te worden voor een voetbalelftal, zien we een reeks bubbelige verfspatten die lijken op die op een schilderspalet, wachtend om gemengd, opgeschept en zorgvuldig aangebracht te worden.
Terwijl deze klodders kleurstof met een bijna vermoeid schouderophalen de tweedimensionaliteit van het schildervlak aangeven, doet in de ruimte daarachter het perspectief vanuit de lucht zich weer gelden en zien we een voorbeeld van dat zo bescheiden genre van het stilleven. Tegen een roze-grijze achtergrond, een kleur als een vieze pleister, is een reeks objecten gerangschikt die eruitzien alsof ze bij elkaar gezocht zijn door een scharrelaar of straatventer. We zien onder meer het fossiel van een trilobiet, de schedel van een triceratops, een mensenschedel, een stenen bijl, de helm van een hopliet, een gebroken urn, een sextant, een houten tabakspijp, een versleten autoband, een gammel ogend, groen uitgeslagen beeldhouwwerk dat lijkt op een Subbuteo-poppetje, een losse rode gymschoen, een geluidscassette, een gedroogd palmblad en een halve verschrompelde komkommer.
Het zijn ouderwetse of bijna waardeloze dingen, spullen die je wellicht verwacht wanneer een soort of zelfs een hele planeet uitverkoop houdt, waarbij voor duizenden jaren aan troep wordt aangeboden in de hoop er nog een paar centen voor te vangen. Hoewel er bij het plaatsen van de verschillende objecten geen andere logica dan die van de compositie is toegepast, suggereert het meetlint toch een soort halfslachtig historisch ordeningsproces. Het doet me denken aan de ‘ruler of rulers’ die ik als kind gebruikte: die gaf niet alleen inches en centimeters aan, maar ook de volgorde en overlijdensdata van alle Britse vorsten, zodat hij niet alleen punten in de ruimte maar ook momenten in de tijd aangaf.
In Weismanns schilderij is sprake van een soort archeologie van het schroot van de (menselijke) vooruitgang, maar toch ook van een door hemzelf ontworpen archeologie. De verfklodders langs de onderkant van het doek lijken niet alleen op die van een palet, zij zijn het palet van de kunstenaar, en de verfstreken op de achtergrond zijn ontstaan omdat Weismann daar zijn penseel heeft afgeveegd. Er lijkt hier sprake te zijn van bezuinigingsdrift, waarin geen druppeltje of spatje verf wordt verspild. Alles blijft in het schilderij, van achterhaalde zeenavigatieapparatuur tot en met een overgebleven stukje Pruisisch blauw.

De kunst van Weismann gaat over wat afgedankt en vergeten is, over niet alleen uit de wrakstukken kruipen, maar van de wrakstukken een thuis maken. In zijn Makeshift Coffin (2008) steekt een roze voet, die doet denken aan een weggegooid prototype van een sculptuur van Robert Gober, uit een half afgemaakte doodskist, bestaande uit stukken hout en golfplaat, alsof de bewoner is overleden voordat de kist af was en het resterende benodigde materiaal niet meer te vinden was. Of dat de makers ervan besloten hebben de klus niet af te maken, omdat iemand die dood is toch niet kan klagen. Deze lijkkist is aangespoeld in een bruin landschap dat bespikkeld is met de vegen van het schilderspalet en hij is voorzien van acht of negen sleutelgaten, deurbellen en -krukken, alsof de spot wordt gedreven met zijn plechtige functie. Misschien krijg je dit als er weinig voorhanden is – wat je dan wel hebt, legt alleen maar op komische wijze de nadruk op het wanhopige van je situatie.
De waardigheid moge dan in Makeshift Coffin ver te zoeken zijn, in Blueprint (2007) wordt die toch in zekere zin overeind gehouden, al kun je je afvragen welke waarde dat heeft. Hier zien we een groepje van vijf mannen tussen de restanten van een gebombardeerd of door een aardbeving getroffen huis, waarvan alleen nog een trap, een deurkozijn en wat afbrokkelend metselwerk over zijn. Bijna alle muren zijn weg, waardoor de plattegrond zichtbaar wordt, en ondanks de niet nader aangeduide apocalyps houden de mannen zich aan dit nu irrelevante bouwkundige schema. Ze zitten of staan apart van elkaar in wat de kamers waren, houden hun eigen ruimte in stand onder de blakerende zon, terwijl de wind langs hun oren waait. (Opmerkelijk genoeg heeft de wc de verwoestingen overleefd en je ontkomt er bijna niet aan je een voorstelling te maken van hoe deze figuren in sombere ontkenning van de feiten het hoofd afwenden wanneer één van hen ruftend op de pot zit.) Blueprint is een werk over de zwarte komedie van het ophouden van de schone schijn, dat wil zeggen: het is een werk over de zwarte komedie van de hoop. Achter het verwoeste huis begint een woestijn waar de mannen met ondoorgrondelijke blik naar staren. Gaan ze proberen die woestijn over te steken op zoek naar een nieuw leven, of blijven ze hier tussen het puin zitten? De kunstenaar verschaft geen antwoorden, maar ergens vermoed ik dat ze te zeer vastzitten aan gewoonten, aan dingen waarvan ze het verlies eigenlijk niet willen toegeven, om hun boeltje bij elkaar te pakken en de zandvlakte in te trekken.

De doeken van Weismann suggereren taxonomieën die – net als de classificatiesystemen die worden opgesomd in het beroemde verhaal over de Chinese encyclopedie van Jorge Luis Borges – willekeurig lijken, en geven daarmee de willekeurigheid aan van alle pogingen om de wereld te indexeren. In Beneath Tall Trees (2008) staat een figuur, die rechtstreeks uit Caspar David Friedrichs schilderij Der Wanderer über dem Nebelmeer (1817–18) lijkt te zijn gestapt, op een tak van een torenhoge eik en beschouwt met veel romantische verwondering een verzameling uiteenlopende voorwerpen (een boekenkast, een blaasbalg, een wijnglas, een spijkerbroek) die zijn opgehangen in het bladerdak van het woud. Hoe ze hier verzeild zijn geraakt, blijft een raadsel en hetzelfde zouden we kunnen zeggen van de boomstronken, appels, vuilniszakken en Romeinse borstbeelden op de plank in Index (2008), die de ruimte delen met een magere, nogal droefgeestig kijkende man die hier ook is opgeslagen door een onbekende verzamelaar.
Al deze voorwerpen hebben echter gemeen dat iemand waarde aan ze hecht, om welke absurde, onhoudbare reden dan ook en wellicht is het de herinnering hieraan waardoor de hoop rotzooi in Garbage Heap Posing (2008) zich gedraagt alsof er moet worden geposeerd voor een foto. In de wereld van de schilderijen van Weismann lijkt eigenwaarde af te hangen van het je houden aan conventies of van de gunstige mening van anderen. Het is dan ook tragisch en lachwekkend dat dit ertoe leidt dat een volwassen man zijn dagen slijt op een stoffige plank of dat een kapot fornuis de rug recht voor de lens van een fotograaf.

Wie ook maar enigszins vertrouwd is met de kunst na het moment van het modernisme weet dat de schilderkunst op gezette tijden wordt doodverklaard, dan wel een dramatische wederopstanding beleeft. Het komt mij voor dat het werk van Weismann de draak steekt met deze tamelijk pretentieuze kritische tendensen, met name in Sorting & Ordering (2008). Daar zien we een bonte verzameling van niet bij elkaar passende laden uit kasten of bureaus die op de vloer van een kunstenaarsatelier lijken te zijn uitgestald. Elke la bevat restanten van het schilderproces, hetzij een allegaartje van dingen die de schilder tot nut zijn (koffiebekers, naslagwerken, handcrème), hetzij – zoals in Chromatic Chronology – het palet zelf. In een van deze laden staan het verfmateriaal netjes gerangschikt, in een andere la puilt alles over de rand en in een derde la kronkelen de verfslierten zich omhoog als exotische, regenboogkleurige grassprieten. ‘De schilderkunst’ zit hier opgesloten en lekt naar buiten in vreemde nieuwe richtingen. ‘De schilderkunst’ weet hier van geen ophouden, heeft tegelijkertijd een hartstilstand en flikkert met nieuw leven, zoals het altijd is geweest. Op de vuilnishoop van de kunstgeschiedenis (met zijn versleten innovaties, bezoedelde overwinningen en doorgeprikte manifesten) maakt de schilderkunst haar thuis en raapt af en toe een bruikbaar stukje puin op, strevend naar waardigheid in het besef dat niets wat echt waardigheid bezit erg lang standhoudt. Palletten worden nog steeds gemengd, kleurstof wordt nog steeds aangebracht, penselen worden nog steeds afgeveegd. Op de doeken van Weismann draagt de schilderkunst het hart – en de streken – op de tong.

Biography

  • Willem Weismann
    Lives and works in London,
    Born in Eindhoven, 1977
  • 1998 – 2002 Fine Art, Arnhem Institute for the Arts, Arnhem
  • 2003 – 2004 MA Fine Art, Goldsmiths College, London

Solo exhibitions

  • 2009
    The Young Idealist, Galerie Bart, Amsterdam
  • 2007
    Nieuw New Amsterdam, Mogadishni, Copenhagen
  • 2006
    The Candle in the Boot, Privé Domein Henk Pijnenburg, Deurne
    Wensput, 404 Arte Contemporeana, Naples
  • 2005
    Shantytown, Mogadishni, Copenhagen
  • 2003
    Schloss Ringenberg, Hamminkeln

Group exhibitions (selection)

  • 2008
    Oddball -er, Fold Gallery, London
    The Good with the Bad, Mogadishni, Aarhus
  • 2007
    The Contented Heart, W139, Amsterdam
  • 2006
    The Appalachian School, 3 Rivers Art Festival Gallery, Pittsburgh
    The Golden Egg, Philspace, Santa Fe
    Sensuous Panorama, Lounge Gallery, London
  • 2005
    Unitdèd, De Player, Rotterdam
    Posizione e prospettive dell’arte contemporanea, Palazzo Delle Arti, Naples
    Triumphers, Regina Gallery, Moscow
  • 2004
    Revenge of Romance, Temporary Contemporary, London
    BOC Emerging Artist Shortlisted Show, The Triangle, London
  • 2003
    Argusscoop, Museum ‘t Valkhof, Nijmegen, The Netherlands
    Royal Prize for Painting, Palace, Amsterdam, The Netherlands
  • 2002
    Destillaat V, Paraplufabriek, Nijmegen
  • 2001
    Mimicry/Mommy Cries, Gallery Janssen Kooij, Warnsveld, The Netherlands